Stichting

De Brabantse Hoeders

Paul Spapens

Paul Spapens heeft een fijne neus voor Brabantse volkscultuur

Paul Spapens (1949) is een gedreven en productief schrijver en cultuuractivist die van groot belang is voor de Brabantse volkscultuur. Met de Stichting Tilburgse Taol heeft hij de afgelopen vijftien jaar tal van creatieve activiteiten opgezet, zoals het jaarlijkse Dikteej van de Tilbörgse Taol en het Festival van Tilburgse Dialectliedjes. Volkscultuur is volgens Spapens een prachtig middel om mensen in deze mondiale samenleving tot elkaar te brengen.

“Mijn vader was gruunteboer in Hilvaren-beek. Hij kon goed buurten en dat kan ik ook. Ik ben niet verlegen. De interesse voor de Brabantse volkscultuur is me thuis met de paplepel ingegeven. Ik ben ook beïnvloed door Hilvarenbeek, waar zo veel cultuur te vinden is. Maar ook door de Kempen – het authentieke Brabant – met z’n geloof, cultuur en mensen, en de ligging vlak bij België. Ik ben behept met ‘Wattie in z’n kop hét, hettie niet in z’n kont!’ Ik durf alles aan te pakken en gelukkig heb ik altijd veel vrijheid gekregen .”

Schrijver “In de jaren zestig trokken we in de weekenden naar Amsterdam en sliepen we in het Vondelpark of op de Dam. Daar kocht ik ooit een boekje hoe je een eigen blad kon maken. Terug in Hilvarenbeek zijn we begonnen met het uitgeven van een eigen kritische dorpskrant: Zju. Fantastisch! Ik herinner me nog een serie verhalen over het kweken van wiet. Dat waren mijn eerste echte publicaties. Ieder mens heeft z’n talenten en bij mij is dat het schrijven. Wat ik denk, kan ik schrijven.”

Mondialisering “In Tilburg ben ik echt tot wasdom gekomen, want nergens gebeurt zo veel als in Tilburg. De Tilburgers hebben niets cadeau gekregen. Ze moeten het zelf doen en daarom gebeurt daar ook zo veel. Mondialisering is voor mij een heel belangrijk thema. Ik prijs me gelukkig dat we aan het begin van een nieuwe samenleving staan. Met mijn boeken (o.a. ‘Werken, werken, werken!’ en ‘Koken met kleuren’) registreer ik hoe de nieuwe Nederlanders leven, eten en feesten. Ik vind dat iedereen bij moet dragen aan een gezonde ontwikkeling van onze samenleving. Daarom heb ik als vicevoorzitter van de stichting Tilburg 2009 ook de nadruk gelegd op initiatieven waarbij iedereen elkaar leert kennen. Gewoon samen een glas bier drinken, dus ook samen met mensen die pas gisteren in Tilburg zijn komen wonen.”

Typisch Tilburgs “Identiteit is ook een centraal thema bij mij. Dat heeft weer te maken met die mondialisering. Waar je ook bent, je draagt altijd je onstoffelijke identiteit met je mee: je taal, bepaalde gebruiken, geloofsaspecten, typische gerechten. De stichting Tilburgse Taol waar ik voorzitter van ben, is een taalgenootschap dat de taal gebruikt om de volkscultuur te laten zien. Taal is de drager van de cultuur. De Brabantse volkscultuur kan niet zonder de Brabantse taal. Dit concept is een schot in de roos. Wij organiseren ieder jaar het Grôot Dikteej van de Tilbörgse Taol, publiceren boeken zoals het ‘Tilburgs Kookbuukske’ en brengen hebbedingetjes uit om de identiteit tastbaar te maken. We geven opdracht voor het schrijven van theaterstukken en hebben een vrijwilligersprijs ingesteld. We verrijken en vernieuwen de volkscultuur.”

Jeugd bereiken “We zijn er trots op dat we erin geslaagd zijn om de jeugd te bereiken, want dat is niet makkelijk als je met dialect of erfgoed bezig bent. Ieder jaar organiseren we met Factorium het Festival van Tilburgse Dialectliedjes. We geven dan opdracht aan professionals om vier liedjes over Tilburgse zaken te schrijven. Bijvoorbeeld over het draaiende huis op de Hasseltrotonde. Maximaal acht basisscholen kunnen zich voor het festival aanmelden en zij moeten dan de oude of nieuwe dialectliedjes zingen en uitbeelden voor een professionele jury. Dit is een gigantisch succes. Ik kan daar echt ontroerd door raken, bijvoorbeeld als een groep buitenlandse kinderen een lied over Peerke Donders zingt.”

Reuzencultuur Een ander voorbeeld waarin we volkscultuur als middel voor integratie inzetten, zijn de reuzen. Bij de gemeentelijke herindeling in 1997 kwamen we op het idee om de mensen van Moergestel, Heukelom en Oisterwijk samen reuzen te laten bouwen. Iedere kern z’n eigen reus, die de identiteit van die kern ook uitdrukt. Door samen zo’n reus te bouwen, ontstaan vriendschappen. De club is nog steeds levenskrachtig en bestaat uit zo’n zeventig man uit alle kernen van de gemeente. Het idee is vervolgens overgenomen door Tilburg en Hilvarenbeek en er is nu ook een landelijke federatie opgericht, waarvan ik voorzitter ben. In totaal zijn er achttien reuzen in Nederland, waarvan dertien in Brabant.”

Diepere laag “Mensen motiveren en samen laten optrekken is gewoon hartstikke tof. Volkscultuur leent zich er uitstekend voor om mensen goed te laten samen leven. We hebben veel succes met onze activiteiten. Het gaat niet alleen om de lol, maar ook om de diepere laag. Jammer alleen dat gemeenten vaak zo weinig subsidiegeld voor dit soort projecten over hebben. Ik wil nog wel benadrukken dat het allemaal niet mijn verdienste alleen is geweest. Alleen samen kun je veel bereiken. In dat opzicht is mijn vrouw – Hennie van Schooten – ook altijd heel belangrijk geweest. Zij is mijn maatje.”

Een aantal culturele activiteiten van Paul Spapens

  • medeoprichter en voorzitter stichting Tilburgse Taol (1993-heden);
  • medeoprichter en vicevoorzitter stichting Moergestel Fietsdorp (2003-heden);
  • medeoprichter en vicevoorzitter stichting Tilburg 2009 (2005-heden);
  • medeoprichter en bestuurslid stichting Reuzengilde Oisterwijk, Moergestel, Heukelom (1999-heden);
  • medeoprichter en voorzitter Reuzenfederatie Nederland (vanaf 2009);
  • voorzitter jury De Vergulde Klomp, Brabantse dialectprijs (1996-heden);
  • jurylid Wè Zeetie, Tilburgse dialectwedstrijd (2009);
  • mede-initiatiefnemer Tilburg Zingt, Moergestel Zingt en Maria Zingt Tilburg/Moergestel;
  • medeoprichter en voorzitter Brabantse Tonpraot Akkedeemie (1996-1997);
  • medeoprichter stichting Help Peerke Donders (2001);
  • initiatiefnemer Museum Peerke Donders (2003);
  • medeoprichter en voorzitter stichting Brabant op Zich(t) (2008);
  • medeoprichter en deelnemer cabaret ‘Mis met 4 Heeren’ (2007);
  • initiatiefnemer ‘Mondiaal Reisbureau’ (2009).

Een aantal publicaties

  • ‘Smokkelen in Brabant’ (de geschiedenis van het smokkelen in Noord-Brabant);
  • ‘Tilburgse Encyclopedie’;
  • ‘365 Heiligendagen’ (heiligen en volksgeloof);
  • ‘Heilige Boontjes’ (volksgeloof in Noord-Brabant);
  • ‘Werken, werken, werken’ (geschiedenis van de gastarbeiders in Midden-Brabant);
  • ‘Veel vermaak en weinig wol’ (geschiedenis van de Tilburgse kermis);
  • ‘Goedgetòld. Diksjenèèr van de Tilbörgse taol’ (woordenboek van het Tilburgs dialect); 
  • ‘Tilburgs Kookbuukske’, ‘Gèèsels Kookbuukske’, ‘Koken met Kleuren’ (kookboeken);
  • ‘Folklore is onvoltooid verleden tijd’ (hedendaagse folklore in Nederland);
  • ‘Met de Westenwind in de rug’ (literair reisverslag fietsreis naar Moskou);
  • ‘Spookstad Tilburg’ en ‘Pastoor Hilvermans en de Drie Schijnheiligen’ (stripboeken);
  • ‘Bietels op z’n Brabants’ en hoorspel ‘En waar de sterre bleef stille staan’ (cd’s).

 

Culturele prijzen

  • Mevrouw Faber-Hornstra Folkloreonderscheiding, Nederlands Centrum voor Volkscultuur (2005);
  • Eremerk Thomas van der Noot, Vlaamse Academie voor streekgebonden gastronomie (2008);
  • Gouden speld, Stichting Sint Job, Berkel-Enschot (2008);
  • Ridder in de Orde van Oranje Nassau (2009);
  • Jan Naaijkensring, Hilvarenbeekse cultuurprijs (2009).